‘Zij’

Met de tijden mag ze mee

Bewegen en vinden een weg

Gelegde gesproken stilte – leeg

 

Te omringen haar bloeiend hart

en zeer doet het moment waar

op de luide vogelkelen zwijgen – nooit

 

Of toch nimmer stopt het kraken

De ruisen van de weidse zee

Stroom, passend bij haar open ogen – leef

 

Tijd behoort tot het verre

Leed en eerdere wegen genoeg geziene

Gast, haar natuur uitend langzaam – zwijg

 

 

Leave a Reply

CommentLuv badge