Lentekind

‘Lentekind’

Het zijn de bladeren die zachtjes knisperen onder haar voeten. Een glimmende, met modder bedekte bruine loper rekt zich langzaam uit in de zon. Het is windstil. Het getik van vogelsnavels tegen de gebroken eikenbasten, verstoort in een windvlaag haar staren in het zich verder uitstrekkende uitzicht. Precies zoals de gevels van statige panden in de stad, voelt ze dat ook zij eeuwenoude verhalen mag fluisteren. En zoals de dauw op het weiland, zo ijskoud haar voetstappen kan graveren; zo mogen ook haar afgelegde wegen in schrift herinnering geven aan eerdere denkstappen – aan eerdere leer- en levenslessen.

Als lentekind geboren in de stad van hemelsblauw porselein is ze nu op zoek naar nieuwe, nog onbegane wegen. Zoekt ze naar nieuwe windrichtingen om in mee te stromen als muziekmaker, handwerkster en hoopvol kunstzinnig schrijfster. Gelovend in de kracht van het enkele woord dat miljoenen mag aanspreken of liefdevol mag raken. Al wetende dat zij in het schrijven ook altijd haar eigen kwetsbaarheid en kracht mag blijven vinden, net als haar gevoel daarin kan uitstorten. 

Zo is het de zon die steeds voller in het licht van de mist, die om haar heen sluiert, een spiegel vormt. Enerzijds tussen de waterdruppels in de lucht van nog te vangen woorden. Anderzijds tussen haar eigen weerspiegeling in het glimmend blad, daar beneden.

Leave a Reply

CommentLuv badge